Klinkt beter 432 EVO
 

 
Google Translate
 
 
 
Navigatie
 
HOME
TWEEDEHANDS - DEMO HIFI
RECENSENTEN QUALITYHIFI
REVIEWS TESTS
NIEUWSBERICHTEN 2016
NIEUWSBERICHTEN 2015
NIEUWSBERICHTEN 2014
NIEUWSBERICHTEN 2013
NIEUWSBERICHTEN 2012
HIFIWINKELS Nederland
PRODUCENTEN & MERKEN
IMPORTEURS & DISTRIBUTEURS
ZET JE HIFISURROUNDSET ONLINE !
AUDIO & VIDEO MEUBELS
CONTACT - INFO
YOU TUBE QUALITYHIFI
 
Zoeken op Qualityhifi
 
 
HiFi Supply accessoires
 

 
Akiko Audio
 

Akiko Audio Churchilllaan 69 6226CT Maastricht  info@akikoaudio.com

 
Google Ads
 
 
Intosurround
 

Intosurround is de audiowinkel voor de echte liefhebber. Toonaangevende merken van verschillende Nederlandse importeurs en het Zweedse topmerk XTZ, staan garant voor een geweldige beleving.XTZ is uitsluitend te koop bij Intosurround voor Nederland en BelgiŽ. Door op deze wijze de producten op een andere manier aan te bieden, heeft u een HighEnd product tegen een zeer aantrekkelijke prijs.Flight forum 3542  5657 DW Eindhoven Nederland E-mailadres: info@intosurround.nl Telefoonnr.: +31 (0)40-2342415

Intosurround Eindhoven

 
Introductie streaming audio door Jord Groen
 

Jord Groen Triple M Audio Shop

 
HiFi Studio Zwaard
 

 
Fabscreations
 

Welkom bij Fabscreations. Onze website is nog in ontwikkeling, maar mocht u interesse hebben in 1 van de schilderijen of meer informatie willen, kunt u contact opnemen door gebruik te maken van het contactformulier op de site.

fabscreations

 
FWD Magazine
 

 Vindt hier de laatse reviews

FWD Magazine cover

 
You tube Qualityhifi
 

Klik hier voor de Qualityhifi-YouTube website en bekijk vele films en verslagen

Kijk ook op Qualityhifi youtube

 
Prima Luna
 

Durob Audio BV PO. Box 109  5250 AC Vlijmen The Netherlands primaluna@primaluna.nl

Prima Luna Prologue Dialogue

 
John Van Gent
 

In de hifi wereld heerst nog steeds de veronderstelling dat 'goed' duur moet zijn, JvG bewijst het tegendeel en biedt goede producten aan tegen een nog betere prijs. High-End audiokabels johnvangent De Hennepe 455 4003 BG Tiel info@jvg-kabels.nl

John Van Gent
High End Audiokabels

De John van Gent Magic-Link "Reference" plus

 
Amity HiFi
 

 

Compromissen bij eindversterkers

4. Compromissen bij eindversterkers.

DEEL 4A.

Wat is het doel van een eindversterker?
Simpelweg: het goed aansturen van uw luidspreker. Deze doelstelling is op te splitsen in een aantal basiseisen. Dit geldt natuurlijk ook voor de eindversterkers die onderdeel zijn van een geintegreerde versterker. Een andere en betere naam voor eindversterker is vermogensversterker.

De basiseisen.
1. Uitgangsvermogen.

Omdat een luidspreker flink wat spanning (tussen de 3 en wel 50 volt) en stroom (1 tot 10 ampère) vraagt kan deze niet rechtstreeks op de uitgang van bijvoorbeeld uw CD speler worden aangesloten. Een CD speler geeft  max. 2 volt af bij slechts enkele duizendsten van een ampère. Er zou niets stuk gaan, maar u zou slechts een zeer zwak, iel geluidje horen.
Zoals u misschien nog wel van de natuurkundeles weet, is het product van spanning en stroom het vermogen in watt, bijvoorbeeld 10 volt maal 2,5 ampère is 25 watt. Een luidspreker met een impedantie van 4 ohm ´trekt´ indien de versterker 10 volt ´aanbiedt´ 2,5 ampere. De luidsprekerimpedantie zal echter veranderen afhankelijk van de frequenties (´tonen´) in de muziek. Bij een gemakkelijk aanstuurbare luidpreker (zie een later artikel in deze serie) is deze verandering overigens beperkt.
Een eindversterker vergroot dus zowel de spanning als de stroom van de uitgang van uw CD speler (of andere bron). Hoeveel vermogen u nodig heeft hangt af van de gevoeligheid van uw luidspreker, van de grootte van uw luisterruimte, het volume dat u prettig vindt en of het een buizen- of transistorversterker betreft. Een vuistregel: voor een normale kamer van circa 40 m2 met luidsprekers met een rendement van 90 dB heeft u voor een realistische beleving van alle soorten muziek genoeg aan een buizenversterker van ongeveer 2 x 25 watt of een transistorversterker van 2 x 50 watt. Iedere 3 dB luidspreker rendement meer of minder scheelt een factor 2 aan benodigd vermogen!
Een vergelijkbaar verhaal geldt overigens voor hoofdtelefoons. Echter een hoofdtelefoon heeft aan 20 duizendsten van een watt meestal al voldoende.

2. Uitgangsweerstand, dempingsfactor.
Als u uw auto start is het u zeker opgevallen dat ingeschakelde verlichting even zwakker gaat branden. Dat komt door de eigenweerstand van uw accu (en ook door alle bedrading vanaf de accu). Indien uw luidspreker stroom vraagt zal de uitgangsspanning van uw versterker ook in elkaar zakken. De mate waarin dit gebeurt is afhankelijk van de uitgangsweerstand van uw versterker. Dit merkt u als verlies aan dynamiek en impact in het laag.
Een ander belangrijk effect in deze is de demping van een luidspreker. Even weer uw auto: de schokdempers zorgen ervoor dat de vering van uw auto niet nadeint wanneer u over een hobbel rijdt. De conus van de luidspreker (en zeker de lage tonen luidspreker) zal ook nadeinen indien hij niet goed wordt gedempt. Dit nadeinen ofwel uitslingeren van de speaker wekt een spanning op, net als de dynamo van een fiets. Het dempen van deze uitslingering doet uw versterker door met zijn uitgangsweerstand de luidspreker kort te sluiten. Ook een kortgesloten fietsdynamo draait heel zwaar. Slechte demping geeft een wollig modderig laag en verlies aan definitie, ook in het midden.
Idealiter is de uitgangsweerstand van een versterker nul ohm. De dempingsfactor is een andere manier om deze uitgangsweerstand te specificeren. Een hoge waarde van de dempingsfactor staat dan voor een lage uitgangsweerstand.
U begrijpt nu ook dat een speaker met een impedantie van 8 ohm beter gedempt wordt dan een van 4 ohm. Ook de kwaliteit (lees: weerstand) van uw speaker kabel speelt natuurlijk een rol. Bij buizenversterkers kan men bijna altijd met voordeel de 4 ohm uitgangen proberen, ook met een speaker met een impedantie van meer dan 4 ohm. Er kan niets stuk gaan (mits u bij het verwisselen de versterker uitschakelt); alleen het afgegeven vermogen van uw versterker kan kleiner worden.

3. Frequentiebereik.
De fabrieksspecificatie zegt meestal helaas te weinig. Dit frequentiebereik wordt namelijk vrijwel altijd gespecificeerd bij een laag vermogen (lees: volume) en met een zuivere weerstand aangesloten op de uitgangen. Een luidspreker (vooral een niet ´gemakkelijk aanstuurbare´) kan deze op papier vaak mooie specificatie behoorlijk verknoeien! Ook is zeer belangrijk dat tot in de hoogste frequenties de fase niet wordt gedraaid. Allemaal zaken die u zelf niet kunt nameten. Het beste is met uw eigen oren via uw luidsprekers te luisteren naar goede opnamen van liefst akoestische muziek op een behoorlijk volume. Het hoog moet transparant en detailrijk blijven zonder enige scherpte, het stereobeeld in de breedte en diepte moet precies blijven, het midden mag niet ´dicht´ lopen (lees: alle klanken goed van elkaar kunnen onderscheiden) en het laag mag niet opdringerig worden of zelfs monotoon klinken. Een opgegeven frequentiebereik veel hoger dan 25 kHz zegt op zich helemaal niets, is eerder een slecht teken!

4. Vervorming.
Vervorming komt technisch gezien in vele soorten. Ook hier zegt de fabrieksspecificatie te weinig om precies dezelfde redenen als genoemd onder frequentiebereik.
De allergemeenste om te horen is crossover vervorming. Deze is inherent aan klasse (A)B versterkers (zie ook artikel 3 uit mijn serie over buizen). Vooral hoorbaar bij zachte muziek of muziekpassages en herkenbaar aan scherpte en slissen. Heel vermoeiend luisteren!
Buizen en FET versterkers hebben juist meer of minder last van even harmonische vervorming. Deze vervorming is in feite muzikaal, omdat snaar- en blaasinstrumenten zelf even harmonischen (boventonen) produceren. Veel elektrische instrumenten als elektronische orgels (Hammond!) en gitaren worden vaak met opzet vervormd met even harmonischen.Vervormingen door even harmonischen tot wel 3% zijn voor ons absoluut niet waarneembaar. Wordt deze vervorming erger dan loopt de definitie in de muziek terug. Klanken zijn dan lastiger van elkaar te onderscheiden.
Transistorversterkers zijn in principe behept met oneven harmonische vervorming. Deze maakt muziek kil en hard klinkend. Enkele tienden van een procent kunt u al waarnemen.
Last but not least (helaas in negatieve zin) is de transient intermodulatievervorming. Deze kan (maar niet noodzakelijkerwijs) enkel voorkomen bij versterkers met feedback (tegenkoppeling). Uitleg van dit fenomeen zal ik u besparen. U hoort dit als afnemen van de dynamiek en het dichtlopen (= afname van articulatie in de muziek) over alle frequenties. Het maakt de muziek dood, het levensechte verdwijnt. Vooral FET versterkers lopen in deze risico door de hoge ingangscapaciteit van FET´s.

Welke versterker klasse (A, AB push-pull, D) is de allerbeste?
De definitie van de klassen en meer technische info vindt u in artikel 3 uit mijn reeks over buizen (zie www.qualityhifi.nl). De nieuwe naam klasse T typeert feitelijk dezelfde versterkers als klasse D.
Een aantal van de boven genoemde basiseisen spelen een rol. Om te beginnen een overzicht met plussen, minnen en nullen:

 Eisen 

 

 klasse  A     AB push-pull  D   
 uitgangsvermogen <-> kostprijs    -  0  +
 uitgangsweerstand     -  +  0
 frequentiebereik    +  +  -
 cross over vervorming    +  -  +
 even harmonische vervorming     0  +  0

U ziet al dat geen enkele klasse ideaal is! We zullen dus een compromis moeten sluiten of ´noodgrepen´ als tegenkoppeling (zie verderop) toepassen!
Echter noodgrepen verhullen principiele eigenschappen nooit geheel! En gezien de inderdaad onmetelijke gevoeligheid en onderscheidend vermogen van ons gehoor zal men in een goede audioketen deze eigenschappen altijd terughoren...
Beste kanshebber op een muzikaal realistische weergave is de klasse AB push-pull waar de ruststroom zo hoog mogelijk is gekozen. Zo´n versterker neemt ook in rust dus vermogen op en wordt, zeker bij transistorversterkers, merkbaar warm!
Oh ja, een aantal fabrikanten claimt dat zijn versterker in klasse A staat (want die is onder audiofielen zo gewild!), terwijl deze nauwelijks warmte ontwikkelt. Nonsens dus! Er zijn hier in het beste geval technische trucs bedacht zoals een klasse B voeding rondom die klasse A trap. Zeer slecht voor de dynamiek en transparantie helaas.

Zeer vermeldenswaard is nog dat veel bronnen als CD spelers ook ´eindversterkers´ hebben, weliswaar van een zeer klein vermogen. Maar de klasse met al haar specifieke eigenschappen speelt ook hier volop! Interessant weetje: opamps staan altijd in klasse AB ingesteld met een zeer zuinige ruststroom...
De enige positieve eigenschappen van klasse D (of T) zijn de geringe warmteontwikkeling, het lage gewicht, de lage fabricagekostprijs en de lage transportkosten. Primair voordelen voor de fabrikant (en winkelier) dus, en zolang als de versterker is ingeschakeld voor ons milieu!

 

In deel B aandacht voor:

• Wel of geen tegenkoppeling?
• Voeding.
• Compromissen bij componenten?
• Hybride versterkers.
• Conclusie.


www.hayendaudio.nl